- Details
- Hits: 90
Oudjes ...
Wat zullen we doen: ‘ouderen’ of ‘senioren’ gebruiken als we het over 65-plussers hebben? Onlangs was er weer eens een discussie over. ‘Senioren’ zou vriendelijker klinken. Minder oud. Niet alle 65-plussers voelen zich thuis bij ‘ouderen’, begreep ik. Overgevoelig? Overdreven om aan forever young te willen doen op je 80e? Wat een gedoe. Wat maakt het uit. Mis! Het blijkt heel veel uit te maken hoe 65-plussers worden genoemd en of zij zich door de gebruikte benaming wel aangesproken of uitgenodigd voelen.
Alweer een poosje geleden meldde dagblad TROUW dat uit onderzoek gebleken is dat veel 55-plussers niet zijn voorbereid op de komende levensfase, op zorg die mogelijk nodig zal zijn en een bijpassende woning. Er stond een artikel bij onder de kop ‘Probeer er toe te doen, ook al bent u met pensioen’. De redacteuren van de artikelenserie introduceerden ook het begrip yep, ‘young elderly person’ voor burgers vanaf de pensioenleeftijd tot ongeveer 80 jaar. Een yup dus, maar dan ouder. Er kwam een berg kritiek. ‘Weer een Engelse term!’ Dus schreef de redactie een prijsvraag uit voor een betere term..
De uitslag van de prijsvraag: ‘vitalo’ heeft gewonnen. Een term uit de turbotaal die nieuw is, associaties opwekt met vitaal en het aangename Zuid-Europese dolce vita. Ook weer niet goed natuurlijk! Want overdreven opgewekt, te vitaal ook.Yep en vitalo gaan uit van een maakbaar leven, terwijl het nu juist de kunst is om te leren omgaan met veroudering en met wat er op je weg komt een goed leven te leiden en naar vermogen een bijdrage te leveren. Vitalo is gekozen uit een berg inzendingen, als: zilvervossen, grijzigers, WZEB-ers (We Zijn Er Bijna), jouderen, veeljarigen, medioren, nestors, rimpelridders, doorlopers … en dan hebben we ook nog de mokka (mondige oudere, kapitaalkrachtig en actief.) De strijd ging uiteindelijk tussen jops (jongere/jeugdige oudere personen) en vitalo’s.
Heb ik dan een beter alternatief dan aanstellerige, lollige benamingen? Nee!
Wordt het geen tijd dat we meer aandacht gaan besteden aan ‘pensioen moet je doen!’ En dan gewoon als ouderen? Kom op zeg, aan de bak!
- Details
- Hits: 93
Knuffelkonijn
Vaste prik in mijn ochtendkrant: op maandag het interview met een honderdjarige, op dinsdag het portret van een kind in haar of zijn slaapkamer. Honderdjarigen geven een inkijkje in hun leven. Ze vertellen hoe ze daar met vallen en opstaan, maar bijna altijd moedig en blijmoedig, doorheen gekomen zijn. Nog steeds actief - fysiek en/of mentaal. Als ik me een voorstelling probeer te maken van wat ze hebben meegemaakt, verbaas ik me over hun veerkracht, hun vermogen om zich aan te passen; aan ontberingen, armoede, oorlogen, gescheiden worden van hun gezin of al heel jong teveel verantwoordelijkheid moeten dragen. Eerst omdat ze niet mochten leren of werken, veel later omdat ouder worden ook met gebreken kwam en met verlies en er op hun honderdste nog maar weinig is overgebleven. Ook generatiegenoten zijn er nauwelijks nog. Soms zijn ze zelf verwonderd, omdat zo oud worden min of meer ‘vanzelf’ is gegaan. Blij, dankbaar of ook eigenlijk wel klaar met het leven.
Kinderen kijken vooral vooruit. Alles kan! Ze krijgen altijd de vraag waar ze zichzelf zien over 10 jaar. En dan volgen er de meest onwaarschijnlijke ideeën, dromen en plannen. Levita van 9 wil later bejaard worden. En een laptop is haar grootste wens, ze is nu al handiger dan mama. Melle van 7 heeft al een heleboel medailles. Ze zijn het belangrijkste bezit. Maar het allerbelangrijkste is zijn knuffelkonijn, waarmee hij in slaap valt. Melle wil uitvinder worden en hij weet al wat hij wil gaan uitvinden: een afstandsbediening die mensen jonger kan maken: met een druk op de knop maak je iemand een jaar jonger. En als je twintig keer op de knop drukt, twintig jaar. Als dat zou kunnen …! Maar misschien houdt hij de uitvinding wel alleen voor zichzelf. Eigenlijk kan het al, jonger worden zonder druk op een knop: we zeggen immers dat zeventig het nieuwe zestig is. Het zal wel … Gewoon zijn wie je bent en even stilstaan bij waar je je gekomen bent op je 100e, je 80e of 50e. En neem dan je eigen geleerde lessen mee en combineer ze met de dromen van Levita of Melle, van je eigen kleinkinderen misschien. Bedachtzame, dappere stappen van honderdjarigen, maar zeker ook mooie dromen en ideetjes. En een lekker zacht knuffelkonijn kan er altijd bij.
- Details
- Hits: 182
LATER
Vroeger was ‘de zolder’ een oplossing voor alles waar ik op dat moment geen tijd voor had, verder geen plek voor had of waarvan ik niet wist wat ik ermee moest. ‘Zet maar op zolder’ betekende ‘dat doe ik later wel’. Intussen verzamelden mijn gezin en ik een zolder vol familiegeschiedenis en beloften voor later: speelgoed van vroeger, spullen van overleden ouders en ook spullen waarvan ik dacht daar later alle tijd voor te hebben. Zoals een schapenvacht, patroontjes voor van alles, een cursus … Later zou ik daarmee aan de slag gaan.
‘Later’ was in mijn hoofd de plek waar niet alleen ‘de zolder’ een plek had gekregen, maar ook de plek voor alle dromen. Een combinatie van eindeloos veel tijd, nieuwe plannen en ideeën, waar dat alles wel een plek zou krijgen.
Totdat de zolder in de weg ging zitten. Er kon niets meer bij en het was zo veel geworden dat ik het overzicht allang kwijt was. De verhuizing naar een kleiner huis – voorbereiding op later - was de aanleiding voor de grote opruiming. De zolder moest leeg. Er was geen tijd voor nostalgie, voor twijfel over wegdoen of toch maar bewaren. Ik heb er ook van geleerd. Allereerst dat ‘later’ vooral in mijn hoofd zat en dat mijn ‘later’ allang begonnen was. Ik moest daar snel ‘hier en nu’ van maken, dromen in werkelijkheid omzetten en er anders rigoureus een streep door zetten. Ingehaald door de tijd, vervangen door iets veel leukers of beters of … onhaalbaar, niet-realistisch. Dat ik van de schapenvacht nooit meer mooie wol zou spinnen, de cursus eigenlijk niet zo interessant was, accepteerde ik. Niet meer dan jammer. Maar ik ontdekte ook dat later niet meer een eindeloze periode is maar een beperkt tijdsbestek. Hoe lang? Altijd te kort voor mijn dromen.
Kan ik wel wat afmaken of kan ik leren erop te vertrouwen dat anderen stokjes overnemen, doorgaan? Nederig blijven doen wat ik kan? Tot zolang heb ik haast. Niet zoveel begrip voor ellenlange procedures, eindeloze termijnen, rare protocollen en ander getreuzel.
- Details
- Hits: 192
Een praatje …
--- maakt je dag! Ik vind het een leuke campagne. Om over na te denken, bij stil te staan en te gaan doen. Bijna iedereen is blij met een gesprekje, een opmerking waaruit blijkt dat je gezien en gehoord wordt en dat stimuleert om zelf ook oren en ogen openzetten en een praatje beginnen. Het kan heel simpel. Zo krijg ik wel eens van een onbekende onderweg wel eens een compliment over mijn ketting of mijn Happy Socks. Daar ben ik blij mee. Leuk! Soms loopt hij weer snel door, maar soms ook raken we aan de praat. Of krijg ik te horen wie er nog meer dit merk sokken draagt of dat zij er vrolijk van wordt. Is dat nietszeggend? Inhoudsloos? Een inbreuk op mijn privacy? Helemaal niet! Meer een teken van omkijken naar elkaar, van gezien worden. Letterlijk dan en een minuscule poging tot verbinding, tot contact maken.
- Details
- Hits: 185
Boodschappen …
Zo’n 10 jaar geleden was er een project waarbij studenten Industriële Vormgeving een boodschappenwagentje moesten ontwerpen voor ouderen. Toen er prototypes waren van de handigste wagentjes, werden de toekomstige gebruikers erbij gehaald. De beoordeling: het waren prachtige wagentjes, maar niet bruikbaar: vooral veel te zwaar, wielen te klein, geen vakje voor kleine spullen. Want waar moesten ze hun iPhone en portemonnee laten? Afgekeurd. Een leerpunt: betrek de doelgroep vanaf het allereerste moment bij het ontwerpproces. En dat geldt niet alleen voor gebruiksvoorwerpen, ook bij beleid en onderzoek kan het niet zonder de doelgroep. Hebben we – 10 jaar later, ouder en wijzer – bijgeleerd? Is het intussen beter gesteld met de participatie van doelgroepen op alle niveaus? Er is toch met participatieladders en – matrixen in kaart gebracht hoe dat werkt, waar de valkuilen voor alle betrokkenen zitten en ook wat gezamenlijk beleid maken eigenlijk allemaal oplevert, behalve verbinding.
In de wereld van wonen, welzijn en zorg blijkt iedereen bezig te zijn met afspraken, akkoorden en coalities over thema’s die ouderen van nu en later allemaal direct aangaan, zoals het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) en het Hoofdlijnenakkoord Ouderenzorg (HLO). En met de uitwerking ervan. Voor degenen – inwoners, burgers, cliënten, doelgroepen dus – over wie het gaat en voor wie ze bedacht zijn, is het abracadabra. De praktijk is dan ook dat zij hier niet of nauwelijks bij betrokken zijn. Soms op onderdelen. Terwijl het beleid, de programma’s en plannen die schuilgaan achter deze afkortingen, juist grote gevolgen hebben of krijgen voor het dagelijks leven van degenen voor en over wie ze bedacht zijn.
Als we goed om ons heen kijken zien we dat er initiatieven zijn die In de goede richting wijzen. Het is de kunst om die denkkracht te mobiliseren, om daar te gaan shoppen. En dan graag met een hip en slim, lekker licht boodschappenwagentje. Zo’n karretje waar iedereen mee gezien wil worden.
- Details
- Hits: 242
Kwetsbaar
Er zijn allerlei schalen om vast te stellen of je kwetsbaar bent. Ik scoor daar best hoog op en voor mij betekent dat bijvoorbeeld dat ik niet zo mobiel ben en dat van A naar B gaan vaak een puzzel is. Hoe kom ik daar? Meestal geen bus en 500 meter lopen gaat bij mij niet vanzelf. Ook betekent het dat ik moet aangeven dat ik niet lang kan staan. Kortom: ik ben wiebelig en niet zo handig. Onderweg word ik vaak zonder erom te vragen geholpen. ‘Lukt het mevrouw?’, Zal ik u even helpen?’ In de trein of bus: ‘Wilt u zitten?’ Mensen die aan de kant gaan of zichtbaar op me letten. Dat is fijn, nog steeds bijzonder en ook als ik het prima zelf kan, bedank ik altijd. Het geeft een gevoel van samen. Van echt gezien worden, van er niet alleen voor staan. En dat is superdesuperbelangrijk. Dat ik me wat onhandig manoeuvrerend met een kruk voortbeweeg, vind ik zelf heel gewoon. Ik merk het eigenlijk niet. Fijn, dat ik zo bijna overal kan komen en ook opgemerkt word. Het speelt eigenlijk niet echt een grote rol. Gewoon mee kunnen doen, een stem hebben, is nog belangrijker. Ik bén dan wel kwetsbaar, maar ik vóel me meestal niet kwetsbaar. Zelfs vitaal. Ondanks mijn frailty-score en zichtbare en onzichtbare beperkingen. Het is misschien de kunst om met de deuken en butsen die je tijdens je leven oploopt leert om te gaan. Ze een plek geven – ze accepteren - is wel erg veel gevraagd denk ik, maar ze gewoon meenemen, ervan leren moet wel. En natuurlijk vooral kijken naar wat er wél kan.
En als je zoals ik oud bent en kwetsbaar en toch ook eigenlijk niet? Het verschil dus tussen uiterlijk en innerlijk? Duidelijk, duidelijker dan nu – laten weten wat het betekent om oud te zijn en hoe dat voelt. Wij weten dat immers! En daar hebben we elkaar bij nodig. Jong en oud(er).
- Details
- Hits: 236
Sporen
Het openbaar vervoer is voor mij een basisvoorziening waar ik heel graag gebruik van maak. Als je zo’n beetje snapt hoe het werkt, weet wat handig is en wat je vooral niet moet doen, zie je door de vingers dat het af en toe totaal niet doet wat ik zou willen: niet rijdt, onaangekondigd ermee ophoudt of niet aansluit op de bus die ik wilde halen. Een kapotte lift of roltrap is een ramp voor mij. Het aangegeven noodnummer zegt dan meestal dat ik terug moet of alleen via een ander station – zonder trappen – en met een enorme omweg mijn bestemming kan bereiken. Niet vlekkeloos dus, maar dat is ander vervoer vast ook niet. De mensen die zeggen altijd pech te hebben – vertraging, staanplaats – net op die ene dag dat ze voor het eerst nog wel de trein nemen, weten niet wat ze missen. Wat dat is? Tijd om een boek te lezen, te werken, een gesprek aan te knopen (niet in de stilte coupé), na te denken, een stukje te breien of … lekker naar buiten staren. Onverwachte ontmoetingen niet te vergeten. Om mij heen zie ik collega-ouderen twijfelen over de auto, zich boos maken over de rijvaardigheidskeuring. Zij beoordelen hun eigen mogelijkheden nogal eens positiever dan de keuringsarts of hun kinderen. Of ze hebben hun actieradius al beperkt tot korte, bekende afstanden. De overstap van eigen vervoer op het OV is groot. Dat klopt! Het is totaal anders; het OV geeft veel minder vrijheid, het aanbod is vooral buiten de grote steden heel beperkt. Een ramp soms, maar ingewikkeld is het niet. Met een OV-pas of je bankpas check je in en er zijn zelfs ambassadeurs die je graag wegwijs maken.
Een beetje wennen dus en dan kom ik u graag tegen!

